PARTIJPROGRAMMA

DEMOCRATIE EN STAATSSTRUCTUUR

Covid-19 heeft ook op nationaal niveau aangetoond dat de maatschappelijke organisatie aan een revisie toe is. Het parlement, de bewaker van de regering, speelde zijn rol niet. De oppositie collaboreerde met de meerderheid. De besluitvorming werd overgenomen door een paar technocraten. Politiek werd nog meer dan vroeger een kwestie van onderhandelen dan van keuzes maken. Er werd zelfs onderhandeld met de virologen, hoewel het hun taak was om advies te verlenen. Niet meer dan dat. Wij willen geen regering van technocraten. 

 

In een land als België is zeer duidelijk te zien hoe het politiek huis helemaal uitgeleefd is geraakt door deze onderhandelingscultuur. Het parlement is zijn slagkracht volledig kwijt. Zelfs de premier wordt ervan verdacht door zijn rechterhand om de man met de minste macht in het land te zijn. De tientallen ministers en honderden parlementsleden maken het geheel tot een onwerkbare farce. Elk ambitieus staatsmanschap wordt in de kiem gesmoord door bevoegdheidsverdelingen, regeltjes alhier en alginder, belangen aldaar. De ontvoogding en de verbetering van de mens, met inbegrip van zijn omgeving, wordt verdronken in een oeverloos proces van besluitvorming. De politiek weet niet (meer) hoe om te gaan in dit keurslijf met een crisis. Het beleid wordt dan een paniekerige kakofonie met als resultaat dat niet één maatregel zijn doelstelling heeft bereikt. 

 

Al deze onevenwichten zorgen ervoor dat de mensen niet meer belangrijk zijn. Ze zijn verworden tot een stukje kiesvee dat om de paar jaar een campagne moet ondergaan, en dan op verbazing onthaald wordt als er meer en meer “protest” wordt gestemd. Elk cijfer na de komma telt. Politieke partijen spreken zichzelf schaamteloos tegen. Omwille van het gespin worden klinkklare leugens verteld, zonder blos op de wangen. 

 

Intussen denkt een deel van de economische macht, die dat spel niet meer kan aanzien, dat het beter is om heel het politiek bedrijf buiten te gooien. Om de politiek te vervangen door technocraten, bij voorkeur door de industrie geleverd, die het eens gaan zeggen hoe het moet. De mensen worden dan nog minder belangrijk. Van ontvoogding is geen sprake meer. De mens wordt een nummer in een systeem dat denkt alles te kunnen controleren.  Het mechanistische wereldbeeld dat over de mensen wordt uitgestort. 

 

Bij al dien is vergeten dat de mens centraal behoort te staan. De vrije mens die mag rekenen op een overheid om in de eerste plaats zijn vrijheid te bewaken in de plaats van te beknotten. De mens die als het ongewild misgaat, niet de zweep op zijn rug moet krijgen, maar moet kunnen rekenen op de zorgende en ondersteunende staat, die hem terug op weg helpt. De mens die erop mag rekenen dat er op alle bestuursniveaus gedaan wordt wat er moet worden gedaan. Niet meer dan dat. Maar ook niet minder.  De mens die niet het voorwerp mag zijn van globalistische machtsspelletjes of globalistische economische belangen. In dat licht moeten de mensen zelf veel meer bij het besluitvormingsproces worden betrokken. Als het kan zo direct mogelijk.

 

In het kader van de globale ontwikkelingen zijn de nationale staat en het nationalisme voorbijgestreefd. Supranationale instellingen met een beter georganiseerde democratie gaan blijvend de macht van de nationale staten uithollen. Nationalisme is niet meer dan een individueel romantisch gevoel geworden. Voor de indeling van de overheden, de voorziening van verschillende niveaus, geldt enkel de efficiëntie. Of we daarbij samenwerken of één natie vormen met Nederlanders, Engelsen, Luxemburgers, Duitsers of Fransen, het is op zich van minder belang. Als we er maar in slagen om een efficiënte en goede overheid te maken waarbij alle mensen een meerwaarde kunnen vinden. Uitgaand van het principe de beslissingen zo dicht mogelijk bij de mensen te leggen. Basisdemocratie. 

 

Vrijheid wil de Belgische parlementen beperken tot één parlement met een gemengd meerderheidsstelsel. Dat parlement moet oog hebben voor de belangen van iedereen en niet alleen voor het strikte eigenbelang. Het parlement kan gerust meerdere afdelingen hebben, waarbij de parlementsleden ook zetelen in deze afdelingen. Meteen wordt ook de wildgroei van meer dan 400 parlementsleden in België aangepakt. Om de slagkracht van de parlementsleden en de regering te versterken is het van belang versnippering te vermijden. Daarom dient het parlement te worden verkozen voor de helft met een meerderheidskiesstelsel in verschillende kiesarrondissementen en voor de andere helft met één lijst in de volledige kieskring. Door deze combinatie krijgen de partijen die een grotere aanhang hebben meer slagkracht om een meerderheid te vormen. Partijen die een slecht beleid voeren kunnen sterker worden afgestraft.  Door de andere helft in één kieskring te verkiezen wordt het voor de politici belangrijk om in ieders belang te denken. Kleine partijen zullen een kans hebben om in het parlement ook een stem te laten horen. De kiesdrempel kan in een dergelijk systeem worden afgeschaft. Ook de lijststem kan worden afgeschaft. De mensen kiezen voor politici. Dat gaat de macht van de parlementairen ten goede komen. 

 

Vrijheid vindt dat één regering voor het hele land kan volstaan. Een regering die oog moet hebben voor iedereen. Wat niet verhindert dat er in de regering meerdere afdelingen kunnen zijn en dat ministers aan meerdere van deze afdelingen lid kunnen zijn. Zo kunnen er ministers zijn die voor Vlaamse aangelegenheden bevoegd zijn, maar tezelfdertijd ook nationale bevoegdheden hebben. Meteen kan het aantal ministers ook worden beperkt. 

 

Vrijheid wil dat de Premier – of noem hem President – rechtstreeks wordt verkozen. De President kan de echte politieke leider zijn en niet meer de “dweil” van de regering. Met alle sympathie voor de actuele koning en de koningin en hun kinderen, maar deze instelling is niet meer van deze tijd. Niemand in de samenleving krijgt een maatschappelijke positie op grond van het geboorterecht. Op termijn moet de koning vervangen worden door een rechtstreeks verkozen president die de rol van eerste minister kan overnemen. 

 

Vrijheid durft échte democratische referenda aan. Op initiatief van de overheid of op initiatief van een voldoende aantal burgers. Het bindend referendum is een vorm van directe democratie die de mensen dichter bij het beleid brengt. Zeker met de toepassing van de huidige technologie is het mogelijk om geregeld referenda te organiseren. Niet te frequent want dan haken de mensen af. Zo dient een regeerprogramma dat werd onderhandeld tussen de meerderheidspartijen aan een referendum te worden onderworpen. Te vaak sluit een dergelijk programma niet aan bij de partijen waarvoor de kiezer heeft gekozen. Door het regeerprogramma aan een referendum te onderwerpen krijgt de kiezer ook inhoudelijk een belangrijke inspraak in het beleid. Dergelijke referenda moeten mogelijk zijn op alle beleidsniveaus. 

 

Vrijheid erkent de economische macht van de bedrijven als een vijfde macht, en wil dat ook geformaliseerd zien. Lobbyisten, overleg, achterkamertjespolitiek, de macht van het geld … Het zijn allemaal elementen die in de realiteit een impact hebben op het beleid. Het heeft geen zin deze realiteit te ontkennen, en al evenmin te trachten om deze economische macht te ontmantelen. Dat is totaal niet realistisch. Het is wel realistisch om deze macht te erkennen en in te schakelen in de balans tussen de machten. De economische macht beschouwen we aldus als de vijfde macht in de samenleving die op de besluitvorming weegt. Om deze macht te structureren moeten de bedrijven en financiële groepen, zich organiseren in verenigingen. De contacten tussen de overheid en economische macht verlopen enkel via deze organisaties. Transparant, officieel en duidelijk. Tussen de machten moeten Chinese muren staan. Geen achterkamertjes meer. Geen informeel overleg. En geen lobbyisten. 

 

Vrijheid vindt het zelfbeschikkingsrecht en de ontvoogding van de Waalse vrienden belangrijk. Na 50 jaar moet het duidelijk worden dat zij niet de zwakke partij zijn en een infuus nodig hebben. Laat ons samen op korte termijn duidelijke doelstellingen maken die de transfers beëindigen. Zodat de Walen fier in staat kunnen zijn om op eigen benen te staan. Of we dan verder gaan met de Nederlanders, de Walen, de Luxemburgers, of wie ook, dat hangt volledig af van de vraag hoe een optimaal effectief en efficiënt beleid kan worden gevoerd.