PARTIJPROGRAMMA

ONDERWIJS

Het Covid-beleid heeft meer dan ooit aan het licht gebracht dat het actueel onderwijs onvoldoende in staat is om kritische, voor zichzelf denkende jonge volwassen te ondersteunen. Veeleer is het onderwijs erop gericht om leerstof te reproduceren. Zonder reserves heeft het onderwijs zich gestort in het verhaal van de overheid over Covid. Het eenheids-denken werd er massaal bij de jongeren doorgeduwd. Elke vorm van kritiek gesmoord. Door leerkrachten die vaak ook zelf beangstigd waren en doordrongen van het verhaal van de regering.  Het onderwijs behoort echter de eerste lijn te zijn die het debat en de kritiek op de overheid faciliteert. 

 

Dat neemt natuurlijk niet weg dat de overdracht van kennis en een brede cultuur belangrijke doelstellingen zijn van het onderwijs. Wat dat betreft heeft de crisis ook nieuwe mogelijkheden en uitdagingen aan het licht gebracht. In bepaalde gevallen is het gebruik van afstandsonderwijs bijzonder nuttig. Zeker ook in het hoger onderwijs en aan de universiteit. Scholen hebben ook leren werken met flexibiliteit. Afstandsonderwijs biedt ook nieuwe mogelijkheden voor vormen van thuisonderwijs een gemengde stelsels van thuis – en schoolonderwijs. 

 

Belangrijk voor de goede werking van de economie en de samenleving is dat het onderwijs studenten aflevert die in staat zijn om een bijdrage te leveren. De nood aan armen in de zorg geraken moeilijk ingevuld. Dat ligt voor een belangrijk deel aan de manier waarop met de zorgmedewerkers slecht wordt omgegaan. De regering heeft echter ook niet geïnvesteerd in personeel omdat men dacht voor de zorg geen personeel te kunnen vinden. 

 

Het keurslijf waarin de overheid de scholen steekt, kan een stuk minder. Laat de scholen toe zichzelf te organiseren. Laat scholen toe om hun weg daarin te vinden en hun programma’s creatief in te vullen. Misbruik de scholen ook niet om een éénheids-denken door te drukken bij de bevolking. Leg de scholen wel doelstellingen op. Het is ontzettend belangrijk dat ons onderwijs ook op cognitief vlak hoog blijft scoren, en liefst nog hoger gaat. Laat hen flexibel omgaan met lesroosters en de opleidingen zelf, maar spreek af in samenwerking met de sectoren wat er van jongvolwassenen verwacht wordt. Het olympisch minimum is dat we van scholen verwachten, in alle sectoren, dat ze studenten afleveren met een behoorlijke kennis en cultuur. Studenten die in staat zijn om kritisch en vrij te denken. Want die twee gaan samen.

 

De grotere flexibiliteit van de scholen kan zich ook uiten in een nauwere samenwerking met de sectoren waarmee wordt gewerkt. Al in de secundaire scholen van het type ASO moet het kunnen dat leerlingen voeling krijgen met het beroepsleven. Idem voor de technische richtingen. 

 

Vrijheid wil het mogelijk maken dat het onderwijs een combinatie wordt van thuisonderwijs, afstandsonderwijs, schools onderwijs, contacten met het beroepsleven en de professionele realiteit. Centraal dient te staan dat de leerlingen en studenten worden gebracht tot een zinvol hoog cognitief niveau en een hoog technisch niveau.  Daarbij mag geenszins de stimulans voor creativiteit worden vergeten. De school is er niet om creativiteit te onderdrukken. 

 

Wie kiest voor thuisonderwijs moet daarvoor de nodige omkadering kunnen vinden en in staat zijn om kinderen deeltijds naar school te laten gaan. De organisatie van sociale contacten voor wie thuisonderwijs volgt is essentieel. 

-