Grondwettelijke deontologie voor politici



Het is hoog tijd om een aantal lessen te trekken uit de coronatoestand. Ook op juridisch vlak. De coronapolitiek heeft in het oog springende zwakheden van het politiek bestel blootgelegd. Zwakheden die zo’n zware maatschappelijke impact hebben, dat zij ter bescherming van de burgers een grondwettelijke verankering vergen. Met op kop een verbod op het pesten van de mensen.


De Franse Président Macron liep voorop wat dat onderdeel betreft. Hij bezwoer de mensen te zullen “emmerder” als ze niet gevaccineerd waren. Vertaald in het Nederlands als “pesten”. Dat is bij uitstek niet de manier waarop een president met (een deel van) de bevolking omgaat. Een overheid die de mensen pest ondergraaft haar eigen geloofwaardigheid. Omgekeerd mogen de mensen verwachten van de overheid dat zij niet worden gepest. Dat pesten kan inhouden maatregelen te moeten ondergaan die niets te maken hebben met het beoogde doel van een regel. Bijvoorbeeld: als het licht op groen staat moet u een minuut huppelen op één been. Pesten kan ook inhouden het gebruik van een recht of een vrijheid te sanctioneren. De mensen zeggen dat ze iets mogen, en hen dan een pestmaatregel opleggen. Zoals we dat doen met de vluchtelingen.


Ook bij ons te lande gingen er tijdens de coronagekheid stemmen op om van bepaalde bevolkingsgroepen de rechten te beperken. Omdat ze de vrijheid genomen hadden zich niet te laten vaccineren. Wat toegelaten was. Met grondwetsspecialist Marc Van Ranst op kop, zagen de politici daar geen graten in. Grofweg een stukje pestende apartheid invoeren. Geen probleem blijkbaar. Wel, dat is wel een probleem. Een groot probleem zelfs. De grondwet zou moeten verbieden dat de politici dat kunnen. Geen gepest meer. Het resultaat zal een meer rechtlijnige, geloofwaardige politiek zijn.


Tweede deontologische no go is de inzet van staatsadviseurs met tegengestelde belangen. De Van Ransten die met hun adviezen hun eigen labo’s met miljoenen euro’s bedienen. Eigenlijk is dat zo’n evidentie dat het toch wel absurd is dat het gros van de staatsvirologen minstens één belangentegenstellingen had. Weg ermee. Grondwettelijk verboden.


Derde regel. Als de staat de mensenrechten beperkt heeft iedereen wiens rechten beperkt wordt, recht op een snelle beoordeling door een onafhankelijke rechter. Onherstelbare schade of niet. Het volstaat dat de beperking van het recht wordt aangetoond. Daarbij zal de rechter ook moeten toetsen of de maatregelen effectief zijn en proportioneel. Of er met andere woorden geen andere maatregelen mogelijk zijn die eenzelfde effect hebben maar de rechten minder beperken. Daarvoor zal een onafhankelijk advies van experten nodig zijn, onderworpen aan de tegenspraak. De rechter kan zomaar niet meer geloven in wat de staat en de staatsexperts allemaal uitkramen. We willen geen “gouvernement des experts”.


De vrijwaring van onze economie is van staatsbelang. Vierde regel dus. De regering en het parlement mogen nooit ofte nimmer onze economie plat leggen of bepaalde sectoren verplichten om tijdelijk te sluiten. De mensen hebben een fundamenteel recht op werk. Dat kan hen niet worden afgenomen. Ook niet als er een virus rondspookt. De mensen zijn heus wel verstandig genoeg om thuis te blijven als ze kunnen doodgaan van een gevaarlijk virus.


Vijfde regel. Verbod op de verspreiding van angst. Iedereen heeft recht op een leven zonder angst dat hem of haar is opgelegd door de overheid. Artificiële angst met de bedoeling een bepaald gedrag uit te lokken bij de mensen kan echt niet door de beugel. Dat is een soort van onaanvaardbaar pestgedrag en manipulatie een regering onwaardig.


Zesde regel. Verbod op censuur op sociale media. De grondwet mag zal met zijn tijd meegaan. Zeveren op sociale media mag op zich niet worden verboden. Iets anders is belaging of lasterlijke praat verkopen, of andere misdrijven plegen. Vrijheid misbruiken ten nadele van anderen kan niet worden getolereerd. Maar de sociale media zijn een café zonder bier. Een café dat blijven.


Zevende regel. De balans. De overheid zal voortaan bij het beleid handelen vanuit het algeneem belang. Niet vanuit het belang van één ziekte. Wie kanker heeft of diabetes mag niet dood moeten vallen om plaats te maken voor een betere zorg voor coronapatiënten. Dat is moreel zwaar verwerpelijk.


Tijd voor een grondwetsherziening dus die eens niet gaat over onze staatstructuur en de zaken nog meer ingewikkeld maakt. Tijd voor een aantal deontologische regels, mede in het belang van de politiek en de democratie. Want het is precies dat gebrek aan deontologische rechtlijnigheid dat de mensen zo’n aversie doet krijgen van de politiek.



Michael Verstraeten

Voorzitter partij Vrijheid

245 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven