PARTIJPROGRAMMA

RUIMTELIJKE ORDENING

België is een klein land met veel inwoners. Deze inwoners wonen in steden, in lintbebouwing, in gemeenten, op het platteland en in residentiële omgevingen. Om voldoende natuur te creëren, noodzakelijk voor een aangename woonomgeving, is gezien het aantal inwoners hoogbouw belangrijk.  Hoogbouw heeft traditioneel een negatieve weerklank, maar dat hoeft niet zo te zijn. Projecten zoals de hoogbouw op de oude scheepswerven in Temse tonen aan dat hoogbouw aantrekkelijk kan zijn. Zeker in combinatie met vergezichten op natuur en water. Ruimtelijke ordening moet worden bekeken in een groter geheel. België is een klein land. Nederland kampt ook met een woningtekort. Internationale samenwerking op dat vlak kan aanleiding geven tot verrassende nieuwe mogelijkheden. 

 

De steden zijn ook aan hertekening toe. De traditionele visie op een stad bestaande uit straten met daartussen woningen is totaal niet meer van deze tijd. Dat concept dateert uit de 19° eeuw toen het noodzakelijk werd geacht voor de bevoorrading om overal straten aan te leggen waarop het vervoer kon plaatsvinden. Het herdenken van het plaatselijk vervoer en de toekomstige vervoersmodi laat toe om anders naar de stad te kijken. De stad als een aangename omgeving om in te leven, werken, en ontspannen. Ook met veel mensen samen. Denkend vanuit de behoeften van de mensen. 

 

In onze steden bevinden zich pareltjes van winkelcentra. Toch kiezen mensen massaal voor winkels aan de rand van de stad omdat ze er met hun auto tot voor de deur kunnen rijden en omdat de omvang van de winkels veel groter is. Bovendien leent het Belgisch weer zich niet altijd tot een wandeling door een autovrije straat. Handel in de stadskernen moet opnieuw aantrekkelijk worden gemaakt, zodat de steden hun functie van handelscentra kunnen herwinnen. Het verkeer weren buiten de stad verlegt het probleem en verhoogt de druk op de leefomgeving aan de rand van de steden. 

 

Schoonheid is geen 100 % subjectief gegeven. Er zijn toestanden in de ruimtelijke ordening die absoluut lelijk zijn, en waarover het gros van de mensen ook denkt dat ze absoluut lelijk zijn. Het welbevinden van de mensen wordt verhoogd door het leven in een mooie leefomgeving. 

 

De steden worden opgedeeld in compartimenten. Binnen deze compartimenten is geen autoverkeer meer toegelaten. Allerhande elektrische voertuigen zijn wel toegelaten. Zoals de golfkarretjes in Knokke, elektrische steps, en andere kleine machines. Die worden ook ter beschikking gesteld voor mensen die hun voertuig niet ergens kunnen onderbrengen. Transport gebeurt met elektrische voertuigen aangepast aan de smalle rijwegen. De straten en pleinen worden multifunctionele open ruimte waardoor er veel meer plaats is voor groen en het creëren van een aangename leefomgeving. 

Grotere voertuigen worden geplaatst in Parkings die worden verspreid op zo’n manier dat met het gebruik van kleine voertuigen op zeer korte tijd van de parking naar de eigen woning kan worden gereden. Tussen de compartimenten kan worden gereden met auto’s. De compartimenten sluiten aan op de overdekte kleine snelwegen waar kleine elektrische voertuigen aan een hogere snelheid (bijvoorbeeld 60 km/u) naar andere stadsdelen kunnen rijden of tussen steden kunnen pendelen. 

 

Hoogbouw moet veel meer worden toegelaten. Maar dan wel in combinatie met het creëren van bijkomende open ruimte en natuur in de stad. Buiten de stad moet hoogbouw ook kunnen. Zeker in een omgeving waar er in de nabijheid natuurschoon te vinden is. Aan de rand daarvan kan een compartiment worden gebouwd zoals in de steden met binnen het compartiment geen autoverkeer maar open ruimte die aansluit bij de natuur. Mensen worden daardoor ook meer gestimuleerd om dichter bij hun familie te leven als dat kan. Dat moet de sociale cohesie ten goede komen en er onder meer voor zorgen dat mensen tot een latere leeftijd thuis kunnen wonen. Het clusteren van hoogbouw kan het mogelijk maken om allerlei diensten voor de mensen te voorzien op een rendabele manier. In residentiële buurten moet een verhoging van de bouwlagen tot 3 mogelijk worden, met woningen voor 2 gezinnen. Dit zal toelaten dat ouders op latere leeftijd bij hun kinderen kunnen wonen. De sociale cohesie in residentiële buurten kan daardoor ook verhogen. 

In datzelfde kader wordt een tolerant beleid gevoerd voor bedrijven die zich in de stad willen vestigen. Waar het kan worden zeer hoge torengebouwen toegelaten. De integratie van bedrijvigheid in de stad is noodzakelijk. Uiteraard moet het gaan om bedrijven die geen vervuiling veroorzaken. Zowel bedrijven die intrinsiek niet vervuilen, als vervuilende bedrijven wiens uitstoot wordt gekanaliseerd zodat er geen vervuiling is. De bedrijven komen naar de centra waar veel mensen wonen zodat zij kortbij personeel kunnen vinden. 

 

Het is volstrekt onzinnig om shoppingcenter te creëren buiten de stad, terwijl de stad eigenlijk al een shoppingcenter is. Maar dan één zonder de comfortabele omkaderende infrastructuur van de shoppingcenters buiten de stad. De infrastructuur die ontbreekt is de bescherming tegen de weerselementen en de nabijheid van parkings. Door het voorzien van parkings op wandelafstand, en lichte elektrische voertuigen ter beschikking te stellen, krijgt de stad dezelfde parkeergelegenheid.  Aan elke parking wordt een dienst voorzien voor de afhaling van pakketten met koopwaar.  Wie winkelt moet niet mee rondleuren met zakken. Een netwerk van koeriers brengt de pakjes naar de afhaaldienst in de parking. Daarnaast worden de winkelstraten overdekt. Deze overdekking dient te gebeuren op een slimme manier zodat er in de winkelstraten nog voldoende zonlicht is. Winkelen moet kunnen onder voldoende bescherming tegen de elementen zonder het stedelijk karakter te verliezen. Rustpunten, groen, integratie van water en andere ontspannende elementen worden toegevoegd. Steden bieden trouwens heel wat meer bijkomende troeven dan de centra buiten de stad.  Beschikbaar stedelijk vervoer, cultuur en horeca.

 

De overheid kan binnen de steden en in dichter bevolkte gebieden initiatieven steunen van gemeenschappelijke werkinfrastructuur en de vestiging van bedrijven met flexibele werkplekken. Deze infrastructuur zorgt voor sociale contacten tussen de bedrijven en hun mensen. Rond deze werkplekken wordt infrastructuur voorzien zodat de medewerkers op een efficiënte manier dicht bij hun dagelijkse behoeften kunnen regelen. Boodschappen doen, de was, scholen, kinderopvang, artsen … De nieuwe generaties studenten zijn het gewoon om te studeren in groep. Voeger was het anders en was studeren een eerder solitaire bezigheid. De fragmentering van de arbeidsmarkt en de economie naar kleine bedrijven verdient ondersteuning zodat deze ondernemingen netwerken kunnen vormen.  Dergelijke netwerken zijn een stimulans voor incubatie en voor KMO’s om elkaar te vinden en te ondersteunen in dergelijke centra. 

 

Nederland en België kampen met een huisvestingsprobleem. Internationale samenwerking om dat probleem op te lossen is er actueel niet. Het moet kunnen om samen met de Nederlanders een plaats te vinden waar de omgeving aantrekkelijk is om te komen wonen, werken en leven. De Westerschelde kan bijvoorbeeld een zeer aantrekkelijke groeipool worden. De bouw van kwalitatieve hoogbouw met mooie vergezichten over het land zowel als over het water. Met inbegrip van verkeer over het water zoals dat het geval is op heel veel plaatsen in de wereld waar water een aantrekkelijke pool is om te leven. De aantrekking van bedrijven en diensten die in een moderne omgeving dichtbij potentiële personeelsleden die zich in hun eigen woonomgeving goed voelen. Het is een voorbeeld van een piste van internationale samenwerking op het gebied van huisvesting die nieuwe mogelijkheden kan creëren. 

 

Het is alsof de steden en gemeenten weinig impact hebben op lelijke, onverzorgde en scheefgegroeide stadsdelen. Terwijl niemand een spuuglelijke stad wil. Voor het welbevinden van de mensen is lelijkheid niet bevorderend. Voor de stadsdelen die niet door de beugel kunnen wordt voorzien in nieuwe, creatieve stedenbouwkundige plannen. Deze plannen moeten de stad naar een hoger niveau tillen. Door de aanpassing van de infrastructuur of door de aanpassing van stedenbouwkundige voorschriften. In elk geval moet het de bedoeling zijn ervoor te zorgen dat waarde van de onroerende goederen in het gebied toeneemt. Daardoor zullen de eigenaars er alle belang bij hebben om te bouwen in overeenstemming met de nieuwe voorschriften of hun onroerend goed te verkopen. 

Om te vermijden dat het land nog lelijker wordt, en integendeel de schoonheid hoogtij mag vieren, stelt Vrijheid voor een “Commissie voor de schoonheid” op te richten. Deze commissie krijgt als taak om de lelijkheid in de ruimtelijke ordening en bij de aanvragen van bouwvergunningen op te zoeken, en advies te geven aan steden, gemeenten en provincies over de schoonheid van de voorgestelde projecten en de schoonheid van de bestaande ruimtelijke ordening. Getto’s, lelijke hoogbouw met schreeuwerige vloekende kleuren, ongepaste vermenging van oud en nieuw … allemaal aanleiding om na te denken over de schoonheid waarmee we ons omgeven. Op dat vlak kan beslist een compromis worden gevonden met de mensen. 

 

De overheid beschikt over talrijke onroerende goederen die kunnen worden te gelde gemaakt. Dit onroerend patrimonium moet versneld worden afgebouwd. Daarbij kunnen de bouwvoorschriften en ruimtelijke plannen derwijze worden aangepast dat deze goederen een hogere waarde krijgen. Uiteraard moet dat gebeuren in een blijvende goede en passende ruimtelijke ordening. Doch er kan niets op tegen zijn dat de overheid door het aanpassen van plannen haar eigen patrimonium en daarom ook haar financieel vermogen, opwaardeert. Dit is een vorm van verwerving van inkomsten die niemand raakt en alleen maar aanleiding geeft tot meerwaarde. 

-